Fiscaal statuut betaalde sportbeoefenaars

De beroepsinkomsten van bezoldigde sportbeoefenaars, al dan niet rijksinwoners, vallen onder een aangepast fiscaal statuut. Dit statuut, ingevoerd op 1 januari 2008, voorziet enerzijds in gunstige aanslagvoeten voor bepaalde categorieën van sportbeoefenaars en anderzijds in een (gedeeltelijke) vrijstelling van betaling van bedrijfsvoorheffing voor de schuldenaars van de bezoldigingen.

Gunstige aanslagvoeten

Afzonderlijke aanslagvoet van 16,5 %

De inkomsten van jonge sportbeoefenaars worden belast tegen een aanslagvoet van 16,5 %, tenzij hun normale aanslagvoet gunstiger uitvalt. Om van dit gunsttarief te genieten, moet aan een dubbele voorwaarde voldaan zijn:

  1. Het moet gaan om een jonge sportbeoefenaar: dit is een jongere die op 1 januari van het aanslagjaar ten minste 16 jaar oud is en jonger is dan 26 jaar.
  2. Het voordeel van het gunsttarief wordt slechts toegepast op een maximumbedrag van 12.300 euro (niet-geïndexeerd) per belastbaar tijdperk.

Afzonderlijke aanslagvoet van 33 %

De inkomsten die voortvloeien uit sportactiviteiten die als nevenactiviteit uitgeoefend worden, worden belast tegen een aanslagvoet van 33 %, tenzij de normale aanslagvoet gunstiger uitvalt. Er moet aan twee voorwaarden voldaan zijn:

  1. Deze inkomsten moeten worden betaald of toegekend aan:
    • Sportbeoefenaars die op 1 januari van het aanslagjaar 26 jaar en ouder zijn voor hun sportieve activiteiten.
    • Scheidsrechters voor hun activiteiten als scheidsrechter tijdens sportwedstrijden.
    • Opleiders, trainers en begeleiders voor hun opleidende, omkaderende of ondersteunende activiteit.
      • Opleiders zijn de personen die de jonge sportbeoefenaars sportief omkaderen door hen te vormen, ongeacht de benaming van hun functie: opvoeder, leraar, verzorger, instructeur, mentor ...
      • Begeleiders zijn de personen die zich bezighouden met de logistiek van de sportbeoefenaars en de sportwedstrijden, zoals de organisatie van de verplaatsingen, het onderhoud van de installaties, het materiaal en de kleding waarover de sportbeoefenaars beschikken of de contacten met de tegenstanders.
  2. Bezoldiging voor een nevenactiviteit

    Verkrijgers van de inkomsten uit sportieve activiteiten moeten daarnaast inkomsten verkrijgen uit een andere beroepsactiviteit waarvan het totaal bruto belastbaar bedrag meer bedraagt dan de inkomsten die zij behalen uit hun activiteit als sportbeoefenaar, scheidsrechter, opleider, trainer of begeleider.

Bevrijdende bedrijfsvoorheffing van 18 %

De inkomsten van niet-inwoners waarvan de arbeidsprestaties zich uitstrekken over een periode van maximaal 30 dagen per schuldenaar van inkomsten, zijn onderworpen aan het stelsel van de bevrijdende bedrijfsvoorheffing van 18 %. Bij overschrijding van deze termijn van 30 dagen die per werkgever berekend wordt, zullen de inkomsten als sportbeoefenaar echter samengevoegd worden met de andere in België verkregen inkomsten.

Vrijstelling doorstorting van bedrijfsvoorheffing

De schuldenaars van bedrijfsvoorheffing kunnen onder bepaalde voorwaarden een bedrag dat gelijk is aan 80 % van de bedrijfsvoorheffing inhouden.

Voor wie geldt de vrijstelling?

Een vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing wordt toegekend aan schuldenaars die bezoldigingen betalen aan:

  • Sportbeoefenaars die de leeftijd van 26 jaar niet hebben bereikt op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de vrijstelling wordt gevraagd.
  • Andere sportbeoefenaars op voorwaarde dat uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin de vrijstelling werd gevraagd de helft van deze vrijstelling wordt besteed aan de opleiding van jonge sportbeoefenaars van ten minste 12 jaar en die de leeftijd van 23 jaar nog niet hebben bereikt op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de vrijstelling wordt gevraagd.
    • Met bedragen die worden besteed aan de opleiding van jonge sportbeoefenaars wordt bedoeld: de betaling van lonen aan deze jonge sportbeoefenaars of aan personen belast met de opleiding, begeleiding of ondersteuning van deze jongeren.
    • De besteding van deze bedragen kan plaatsvinden binnen de club of een andere sportieve eenheid die zou beschikken over jonge amateursportbeoefenaars begeleid door personen die voor deze activiteit een loon ontvangen en van wie de club die de besteding moet doen, geheel of gedeeltelijk, de loonkosten zou dragen via een adhoc overeenkomst.

Bewijs

Schuldenaars die vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing genieten, moeten een dubbel bewijs ter beschikking van de administratie houden:

  1. Het bewijs dat de begunstigden aan de voorwaarden voldoen tijdens de hele periode waarop de vrijstelling betrekking heeft.
  2. Het bewijs dat de bedragen werkelijk aan de opleiding van deze jonge sportbeoefenaars werden besteed.

Sanctie

De bedragen die niet aan de opleiding van jonge sportbeoefenaars worden besteed, moeten aan de Schatkist worden gestort, verhoogd met nalatigheidsinteresten.

Besteding van de bedragen

Op het einde van het eerste kwartaal van elk jaar moet de minister van Financiën de voor Sport bevoegde gemeenschapsministers in kennis stellen van de verdeling van de bedragen die niet werden besteed aan de opleiding van jonge sportbeoefenaars. De gemeenschapsministers moeten deze bedragen aanwenden in functie van hun beleid op het gebied van sport.