Henri Cuypers is misschien wel één van de meest geliefde scheidsrechters in ons land. Dat heeft hij vooral te danken aan zijn menselijke aanpak. Bij G-voetbalmatchen omhelzen de spelers na een doelpunt eerst Henri, daarna pas hun medespelers. Een positieve 'shock' als je weet wat scheidsrechters soms te verduren krijgen. Wij wisten hem na een G-voetbalmatch in Halen op een grijze zaterdagochtend te strikken voor een persoonlijk interview. 

Hoe lang ben je al scheidsrechter?

Henri Cuypers: “Ik ben al 27 jaar scheidsrechter, waarvan 15 jaar ook bij het G-voetbal.”

Hoe ben je de scheidsrechterswereld binnengerold?

“Ik werkte vroeger in de steenkoolmijn van Zolder. De mijningenieur daar was de baas van de scheidsrechters in Limburg. Met die man kwam ik dan zo in contact. Toen zei ik hem dat als ik in de mijn zou stoppen, ik scheidsrechter zou worden. Op 40-jarige leeftijd ben ik dan met scheidsrechteren begonnen”

Heb je zelf ooit gevoetbald?

“Ik heb vroeger wel gevoetbald op provinciaal niveau. Eigenlijk was het nooit mijn droom om profvoetballer of scheidsrechter te worden. Omdat ik dan in mijn ‘zotte kop’ stak dat ik na mijn werk in de mijn scheidsrechter zou worden, ben ik er zo ingerold. Van die beslissing heb ik geen minuut spijt gehad.”

Op welke niveaus heb je gefloten in je carrière?

“Alles tot en met de tweede ploegen.”

Had je ooit ambities om hogerop te gaan fluiten?

“Nee, daarvoor ben ik er ook te laat mee begonnen. Op mijn veertigste ben ik pas begonnen, dat is te laat om carrière te maken.”

Waar haal je je plezier uit tijdens het scheidsrechteren? Waar doe je het voor?

“In de eerste plaats voor de beweging. Dan het contact met de mensen en het sportieve. Ik geniet ervan om die ‘mannen’ te zien voetballen.”

 

Je fluit reeds 15 jaar wedstrijden in het G-voetbal. Hoe ben je daar in gerold?

“Ik kende de mensen die werkten als opvoeder in het instituut in Wijchmaal voor minderbegaafde kinderen. Zij hielden tornooitjes met andere scholen, maar ze hadden altijd een gebrek aan scheidsrechters. Ze hebben mij dan gevraagd om daar te fluiten en ik had de microbe te pakken. Dat heb ik dan een jaar of 3, 4 gedaan. Toen is de voetbalbond begonnen met G-voetbal en ben ik mee op de kar gesprongen.”

Wat heeft je zo aangetrokken aan het G-voetbal?

“De voldoening en de dankbaarheid dat je van die mannen krijgt. Dat kan je niet beschrijven en is onbetaalbaar. In mijn beginperiode in het G-voetbal heb ik op vrijwillige basis gefloten en ik heb er geen minuut spijt van gehad dat ik er toen niet betaald voor werd."

Wat zijn de voornaamste verschillen in aanpak bij G-voetbalwedstrijden?

"Bij niveau 1 en 2 zijn er niet zoveel verschillen met andere ‘gewone’ wedstrijden. Bij niveau 3 en 4 moet je meer een opa, een papa of een collega van de spelers zijn. Je moet daar gewoon jezelf zijn als scheidsrechter en je zoals de spelers gedragen. Ik kom altijd een uur voor de wedstrijd aan. Dan praat ik eens met die mannen, maar zodra de wedstrijd begint gaat het er sportief aan toe. Na de wedstrijd ben ik weer ‘één van hen’." 

Wat zijn de voornaamste verschillen met een ‘gewone’ voetbalwedstrijd?

“Hier (bij G-voetbal nvdr.) hoor je praktisch niets langs de zijlijn. In het jeugdvoetbal hoor je praktisch alles, of altijd iets. De trainers hebben bij G-voetbal ook veel meer vat op de jongens. Hier wordt niet geroepen op de trainer of de afgevaardigde. Je moet je ook anders inleven in die gastjes. Kijk: enkele weken geleden ging ik naar het carnaval van het instituut voor minderbegaafden van Wijchmaal. Vier G-spelers kwamen van boven hun carnavalswagen naar beneden. Ze zeiden mij: 'Henri, maandag is er een scheidsrechter geweest en dat was een valse. Die had gewone kleren aan, was pas heel laat aanwezig en is direct vertrokken.' Ik heb dat eens nagevraagd en het bleek dat die scheidsrechter zijn kleren was vergeten. Als je dat doet bij het G-voetbal dan kan ik mijzelf opvreten. Ze hebben die scheidsrechter dan vanuit de commissie opgebeld. Die zei dat hij zo ziek was dat hij zijn gewone, dikke kleren had aangehouden voor de match. Als je ziek bent moet je niet fluiten en zeker niet 10 minuten voor de match begint aankomen, want dat is geen stijl! Dat trekken die G-voetballers zich enorm aan.”

Haal je dan meer voldoening uit een G-voetbalwedstrijd?

"Het is erg om te zeggen, maar ik heb meer voldoening van een G-voetbalmatch. Pas op: ik geniet ook van gewone wedstrijden. Mensen zouden eens moeten komen kijken naar het G-voetbal om zelf te ervaren hoe het eraantoe gaat. Er zitten daar trouwens ook goede voetballers bij. Van de spelers krijg ik ook meer terug dan bij een gewone match.”

Merk je dat, in vergelijking met 15 jaar geleden, G-voetbal nu toch echt in de lift zit?

“Absoluut. In 2013 werd ik uitgenodigd om de Special Olympics in Nederland te doen. Dat was een geweldige ervaring in De Kuip in Rotterdam met mijn collega Lizette Derkoningen. Ik fluit ook al 10 jaar de Special Olympics in België en het niveau van het G-voetbal in Nederland is toch een pak lager dan hier.”

Zijn er dingen die je, met alle ervaring die je nu hebt, vroeger anders gedaan zou hebben op scheidsrechtersvlak?

"Ik ben nooit een kaartenman geweest. Ik spreek altijd veel met de spelers en heb al veel meer kunnen bereiken met te praten dan wat andere scheidsrechters proberen te bereiken met een kaart. Ik heb eens een wedstrijd gefloten op nationaal niveau. Tijdens de rust kwam een trainer tot bij mij om te zeggen dat ik veel te familiair omging met de spelers. Ik vertelde hem dat ik de spelers net als de trainers bij hun naam noem en ze dan verwittig dat ze moeten oppassen voor een kaart. Daarmee is het dan meestal opgelost.”

Heb je al eens een rode kaart moeten geven in het G-voetbal?

“In niveau 1 en 2 gaat het er som wel hard aan toe. Als het moet, dan trek ik ook een gele kaart. Een rode kaart heb ik in die 15 jaar dat ik G-voetbal fluit nog nooit moeten geven.”

Je bent een graag geziene scheidsrechter: heb je enig idee hoe dat komt?

“Ik denk dat dat komt omdat ik met die gasten persoonlijk en menselijk probeer om te gaan. Onlangs liep ik op de dijk van Blankenberge. Opeens kwam er iemand van 45 jaar die ‘Referee, referee’ riep naar mij. Ik had vijf jaar eerder eens een wedstrijd van hem op de Special Olypics gefloten. Hij kwam mij dan een knuffel geven op die drukke dijk in Blankenberge. 

Dan moet je je inleven en meedoen. Je mag zo iemand niet afduwen. Ik heb daar geen problemen mee.”

Wat zijn voor jou de mooie dingen die je zal onthouden van je scheidsrechterscarrière?

“Het G-voetbal, de Special Olympics, de Europese Olympics en talloze kleine wedstrijden.”

Zijn er ook dingen die je niet zal missen?

“Ik heb ooit eens tijdens een wedstrijd ‘kletsen’ gehad. Dat waren spelers van de eerste ploeg die naar de match van hun reserveploeg stonden te kijken. Zij zijn toen drie jaar geschorst. Dat voorval is nu 18 jaar geleden.”

Dat heeft u niet weerhouden om met veel plezier verder te fluiten?

“Daar moet je je overheen zetten. Met zo een dingen mentaal mee te nemen en op te kroppen kom je er niet.”

Je bent nu 67 jaar. Hoe lang wil je nog doorgaan met scheidsrechteren?

“Als ik niet meer kan volgen, dan stop ik automatisch. Die jongens verdienen ook iemand die het spel nog kan volgen en erbij betrokken wordt. Maar dan ga ik wel veel gaan kijken of wordt ik misschien wel trainer of afgevaardigde van zo een ploegje.”